Een korenslang is vergevingsgezinder dan veel andere soorten,
maar ook hier maakt de juiste temperatuur het verschil tussen overleven en floreren.
28–30 °C
22–24 °C
18–22 °C
(Nooit onder 16 °C.)
Zorg voor een duidelijke warme en koude zone in het terrarium.
De slang kiest zelf waar hij zich comfortabel voelt.
Warmtezone ➜ overgang ➜ koelere zone
Gebruik bij voorkeur:
• digitale thermometer(s)
• een sensor op warme zijde
• controle op koelere zijde
• optioneel: infraroodthermometer
• weinig actief
• slechte eetlust
• vertraagde spijsvertering
• onrustig gedrag
• voortdurend schuilen
• probeert te ontsnappen
• snelle ademhaling
Warme zijde: 28–30 °C
Koele zijde: 22–24 °C
Nacht: 18–22 °C
Een stabiele temperatuur zorgt voor:
✔ goede eetlust
✔ correcte vervelling
✔ minder stress
✔ een gezonde slang
— Serpentium.be